Tijdens het 3 weekse bezoek aan Tanzania werden verschillende bergen beklommen. De afsluiter was de hoogste top van Afrika: de Kilimanjaro. In de komende verslagen neem ik jullie mee door deze tochten heen. Waarom wij deze deden, de voorbereidingen (vergt nog lokaal wel wat onderhandelingskunsten) en de tochten zelf.
Onderhandelen over de beste prijs
Daar zitten we dan, Michael en ik, in het kantoor van de manager van ons slaapverblijf. Wij verblijven in het Climbers Home in Moshi. Een prima onderkomen voor als je weinig geld hebt. Met prima basis voorzieningen, midden in het centrum van de stad. Michael en ik kennen elkaar van een tocht op de Pico de Orizaba in Mexico, daar spraken we af om in de toekomst nog is een berg op te gaan. En nu zitten we hier. In de kantoor kamer van de hotelbaas. Via hem kunnen we eigenlijk alles regelen. Wij zeggen hem dat we naar de Ol Doinyo Lengai willen, de heilige berg van de Masai. Het is een prachtige vulkaan in ‘no mans land’. De manager, genaamd Erasto, komt met een prijs, wij kijken elkaar aan en hadden van te voren al een prijs afgesproken onderling. Hij wilde 550, wij boden 500. We kwamen uit op 525 USD per persoon. Alles inclusief; een soort safari rit van Moshi naar het meer van Natron. Een oerdegelijke Landcruiser met chauffeur en een fantastisch verblijf bij de Masai stam.
Van Moshi naar Engare Sero
’s Ochtends vroeg staan we gereed bij het hotel. Voor het hotel maken wij kennis met onze chauffeur genaamd Alfred. Een aardige gozer zo op het eerste gezicht en spreekt zeer goed Engels. Hij heeft een prachtige witte Toyota Landcruiser bij zich. Een wat ouder model, maar ik houd ervan. Onze spullen leggen wij in de Landcruiser en beginnen onze lange rit naar Engare Sero. Moshi rijden wij uit en gaan door het drukke verkeer in de richting van Arusha. De verkeersregels zijn iets anders en er zijn een soort van onderlinge regels tussen verkeers deelnemers. Soms gaat het maar net goed.. Onderweg zijn we veel in gesprek met Alfred en hij verteld ons van alles over het gebied, cultuur, kilimanjaro en nog veel andere onderwerpen.



Na een tijdje slaan wij de drukke hoofdweg tussen Moshi en Arusha rechtsaf. Nu rijden we langs verschillende dorpjes met uitzicht op de Kilimanjaro. Uiteindelijk rijden we door een nationaal park. Hier krijgen wij onze eerste dieren te zien. Alfred stopt de Landcruiser en ineens zie ik 2 Giraffen met de Kilimanjaro op de achtergrond gemoedelijk voorbij lopen. Een prachtig gezicht. De giraffen kijken ons even aan en lopen dan weer door.




Het is een hobbelige rit en Alfred noemt dit de ‘African Massage’. Onderweg komen wij nog verschillende dieren tegen zoals; zebra’s, buffels, impala’s en noem maar op. De roofdieren krijgen we niet te zien. Want die zitten in een ander park. De weg naar Engare Sero is lang en gaat over veelal zandwegen die na heftige regenval in zeer slechte staat kunnen geraken. Onderweg passeren we veel Masai nederzettingen en veelal begroeten de inwoners ons. De Ol Doinyo Lengai komt in zicht. Een prachtige berg met groene flanken. Een hele aparte gewaarwording. Wat een gebied!




Aankomst in Engare Sero
Wanneer wij de hoofdpoort van het gebied in komen gereden krijgen wij meteen een Masai gids toegewezen. Bij ons stapt een jonge Masai krijger in. Hij stelt zich voor als Lega en draagt het bekende rode kleed. Hij spreekt redelijk Engels. Al snel komt er een klik tussen ons 3en. Eerst worden we naar ons verblijf gebracht. Daar maken wij kennis met het dorpshoofd en hij brengt ons naar onze kamers. Ik had gedacht dat we in tenten zouden slapen maar we kregen ieder een kamer met een bed en badkamer. Prima geregeld zo. Na een half uurtje rust gingen we met onze Masai krijger gids Lega een waterval bezoeken. In het begin had ik er niet zo’n zin in want ik had wel even zin om wat langer rust te pakken. Michael was daarentegen meer enthousiast en vond het een ‘Great Excursion’! Amerikanen zijn over het algemeen zeer goed in het uitbundig uitdrukken van situaties.
Wij liepen met Lega richting de waterval en mijn humeur werd ook beter. Sterker nog ik begon het echt leuk te vinden. Ik had gedacht 1 of ander waterstroompje ofzo maar waar Lega ons bracht was fantastisch! We kwamen uit bij een prachtige waterval met allemaal tropische planten en met allerlei kleuren. We namen een duik in het verkoelende water. Wat een een mooie plek! Als je hier heen gaat, bezoek zeker de waterval!









Na de waterval reden we nog naar het Meer van Natron waar we Flamingo’s zagen en ook nog Giraffen. De avond schemer zette in en het werd tijd voor het avondeten. Voor het avondmaal maakten we nog een wandeling door het dorp. Voor we het wisten werden we door vrouwen achtervolgd die ons sieraden wilden verkopen. Al snel liep Michael met kleden en sieraden door het dorp. Ik hield het bij een armbandje en dacht met het kopen van een armbandje het achtervolgen te kunnen stoppen. Na een rondje door het dorp was het tijd voor het avondmaal. Bij de Masai kregen we een topmaaltijd. Watermeloenen, rijst en allerlei lokale lekkernijen. Het was echt top en het was echt goed! Na vol te zitten van de watermeloen en de ananas besprak Lega het plan met ons voor de Ol Doinyo Lengai beklimming. Wij zouden hier om 24:00 middernacht wegrijden. Zo vroeg omdat we dan nog met koele temperaturen op de berg zouden zijn. Het werd dus een korte nacht. Paar uurtjes slaap. We gingen naar onze kamers en maakten onze tassen gereed. En ik kroop onder het muggen net.


Naar de Ol Doinyo Lengai
23:15 de wekker gaat, geslapen heb ik bijna niet. Wel een apart gevoel, ver weg van huis. Te gast bij de Masai en straks een vulkaan op. Ik maak mij rustig gereed, drink voldoende water en neem wat extra ORS. Ik loop de kamer uit en Lega staat ook al gereed. Bij Michael brand het ligt ook al maar die heeft wat langer de tijd nodig. Alfred is ook wakker en hij brengt ons naar het begin van de route. Wanneer we compleet zijn stappen we in de Landcruiser en Lega gidst Alfred naar het begin. Over zandwegen en off-road paden gaan we door het terrein. In de verte zien we lichten van andere voertuigen en Lega zegt dat het redelijk druk zal zijn vannacht op de vulkaan. Wanneer wij er bijna zijn rijd Alfred het zijterrein in. De Landcruiser maakt een klap naar links en iedereen moet zich goed vast houden. We zijn een greppel ingereden. Alfred dan, die reed. Even dacht ik dat we over de kop gingen maar dat viel wel mee. We kropen de Landcruiser uit en hij zat goed vast. Met de andere aanwezige terreinwagens werd een plan gemaakt om de Landcruiser er weer uit te trekken. Dit lukte en wij konden beginnen aan onze tocht.


Lega ging voorop en zette al aardig de pas erin. Wij konden hem prima bijhouden. Eerst liepen we over verharde paadjes door het hoge gras. Later over vulkanisch gesteente. Wanneer je de vulkaan met daglicht bekijkt van een afstand vraag je je echt af hoe je daar omhoog komt. Dat heb ik bij de meeste bergen wel trouwens. Onder een prachtige sterrenhemel liepen we met zijn 3en door. We haalden andere groepen in en er waren 3 rust plaatsen. Dit was zo ingedeeld dat we uiteindelijk met zonsopkomst op de top zouden aankomen. Daar was zeker wel over nagedacht. Wij waren erg snel. Zodat wij bij de laatste rustplaats een half uurtje konden ‘pakken’. Met andere woorden even de oogjes sluiten. Lega maakte het zichzelf zo comfortabel mogelijk en ik zocht ook iets van een rots en de kleierige ondergrond. We konden toch nog iets van rust pakken. Het werd drukker op het rustpunt. Toen besloten wij weer verder te gaan. Het is zeker geen bergwandeling die je moet onderschatten. Er zitten hier en daar wat klauterpassages tussen. En het laatste gedeelte zitten best steile stukken tussen. Maar de Masai gidsen weten goed de weg. Verwacht hier geen uitgezette wandelpaadjes met bordjes in ieder geval. Hier en daar zitten er 2de graads klimpassages tussen. Als je ervaring hebt is het goed te doen. Maar denk niet dat het een eenvoudige bergwandeling is.
Op de Kraterrand
In de mist kwamen we op de kraterrand aan. Het hoofdlampje weerkaatste in de mist. Het was vochtig en het rook naar zwavel. Vanuit de kraterrand hoorden we geluiden die leken op kokend water. Op de kraterrand stond een bord. ‘Welkom op de Ol Doinyo Lengai’. Het is niet het hoogste punt, dat ligt verder op bij de kraterrand. Met goed weer hadden we de hele kraterrand af kunnen lopen. Met dit weer niet verantwoord. We gingen weer naar beneden en bij een rots was een vlak stukje waar we de andere groepen tegen kwamen. Hier dronken we wat warme thee. Lega stelde voor om nog even te wachten of het weer beter zou worden en wellicht terug te gaan naar de kraterrand. Ik zei van laten we maar naar beneden gaan. Al snel zetten wij de afdaling in.



Afdaling
We lopen terug omlaag nu in het ochtendlicht. Over platte vulkaanrotsen naar beneden een totaal ander beeld dan met de nacht hier. Soms een tropische plant. De wijde heuvelachtige vlaktes voor ons uit doen ons beseffen hoe klein en nietig we eigenlijk zijn.



Mijlen ver kunnen we kijken in de richting van Kenia. Groene heuvelachtige landschappen. Niemandsland. Zet mijn avontuurlijke brein weer op aan en laat mij dromen over andere bergen op dit continent. Het terrein verandert en we komen weer in de grasweides aan. In de verte zien we de terreinwagens staan en Lega zegt: Wedstrijdje doen? Binnen 15 minuten bij de auto’s. Voldaan komen we bij de auto’s aan en rijden terug naar het kamp. Hier pakken wij onze spullen, begroeten het stamhoofd en nemen afscheid van onze Top Masai gids Lega. Nu wacht ons nog een lange rit terug naar Moshi met de bekende ‘African Massage’





